'Werkdruk onderwijs te hoog door inspectie'
![]() |
| De AOb is bang dat de kwaliteit van het onderwijs lijdt onder de werkdruk |
Driekwart van de leraren en schoolleiders ervaart extra werkdruk door de controles van de Onderwijsinspectie. Dat blijkt uit onderzoek van de Algemene Onderwijsbond. Volgens de AOb heeft onderwijspersoneel het gevoel dat ze veel werk speciaal voor de inspectie moeten doen.
De bond ondervroeg 3500 docenten, schooldirecteuren en teamleiders over hun ervaringen met de Onderwijsinspectie. Daarvan zegt 64 procent dat ze bepaalde dingen alleen maar doen om de inspectie tevreden te stellen. Ruim 75 procent van de ondervraagden voelt een hogere administratieve werklast in aanloop naar een bezoek.
Bezoek oefenen
Bijna negen op de tien leraren en schooldirecteuren zegt dat ze zich voorbereiden op een bezoek van de inspectie. Sommige scholen huren zelfs externe adviesbureaus in om een bezoek van de inspectie te oefenen.
De AOb is bang dat de verhoogde werkdruk ten kosten gaat van de kwaliteit van het onderwijs. Bestuurslid José Muijers: "Ieder uur dat een leraar investeert in de administratie voor de inspectie kan hij niet investeren in zijn leerlingen".
Inhoud onderwijs
Volgens Muijers houdt de inspectie zich niet altijd alleen maar bezig met hun hoofdtaak: het controleren of scholen voldoen aan hun wettelijke taken. "We horen te vaak dat ze zich mengen in wat er inhoudelijk in de klas gebeurt. Dat is niet de bedoeling. De inspectie is er niet voor de didactische keuzes die de scholen maken". De Onderwijsinspectie bezoekt scholen minimaal eens in de vier jaar. Scholen die het predicaat 'zwak' krijgen, worden onder toezicht gesteld en vaker bezocht.
Actieplan kabinet
Het kabinet zegt in een reactie dat het samen met bonden, leraren en scholen in kaart brengt welke overbodige regels er zijn. Minister Bussemaker en staatssecretaris Dekker werken aan een actieplan om administratieve druk tegen te gaan.
De bewindslieden benadrukken wel het belang van streng toezicht als het onderwijs onder de maat is. "Kinderen mogen niet de dupe worden van slecht onderwijs; scholen die het goed doen, moeten de inspectie kunnen zien als een kritische vriend die meekijkt hoe het nog beter kan."
Bussemaker en Dekker noemen het logisch dat een inspecteur verder kijkt dan alleen de schoolgids, maar tegelijkertijd moet het bijhouden van resultaten niet als administratieve druk worden ervaren.
Mijn reactie/visie
Dit soort - reëel gevoelde - werkdruk is op zich niet de schuld van de Inspectie. Als je als onderwijs-organisatie je processen niet op orde hebt, moet elke keer alles opnieuw gebeuren. Vaak is het zo, dat een jaar (soms zelfs nog langer) vóór de komst van de Inspectie, mensen al vrijgemaakt worden om te zorgen dat alles netjes op orde is. Als dan de opleiding uiteindelijk goedgekeurd wordt (geacrediteerd), lijkt alle zorg en aandacht weer te verslappen. In mijn ogen is dit een desinvestering van (publiek) geld!
Nu kan ik mij wel voorstellen, dat de regels en overheidsbeleid omtrent Onderwijs regelmatig aangepast worden, maar dan nog zijn deze processen grotendeels te automatiseren. Dan kan de inspectie - desnoods van buitenaf én continue - meekijken met de kwaliteitsborging van de Onderwijs-organisatie. Op die manier zijn de werknemers slechts een klein deel van hun tijd dagelijks/wekelijks kwijt aan de updates in het systeem, als onderdeel van hun normale onderwijstaak. Het enige wat dan nog apart geregeld moet worden, zijn de gesprekken met de Docenten, Medewerkers en Studenten van de Onderwijs-organisatie.
Volgens mij zijn de bovenstaande genoemde drie partijen allen gebaat bij zo'n systeem. Als men probeert het systeem op deze manier in te richten zijn we misschien eindelijk verlost van al die papieren tijgers!




